Toeristen in Amsterdam geven minder uit: wandelen en picknicken populair
Toeristen in Amsterdam geven op het moment van schrijven minder geld uit. In de binnenstad en drukke buurten als de Jordaan, De Pijp en rondom het Museumplein kiezen bezoekers vaker voor gratis activiteiten. De hoge prijzen voor hotelkamers, eten en tickets en de stijgende toeristenbelasting spelen daarbij een rol. Ondernemers en culturele instellingen zien dat terug in lagere bestedingen per bezoeker.
Bezoekers letten op uitgaven
In Stadsdeel Centrum is de verschuiving goed zichtbaar. Bezoekers wandelen langs de grachten, door de Negen Straatjes en over de Wallen, in plaats van een rondvaart, museumtour of uitgebreid diner. Ook parken zoals het Vondelpark en het Westerpark trekken meer picknickende bezoekers.
Veel reizigers spreiden hun uitgaven of kiezen goedkopere opties. Ze ontbijten in een bakkerij in plaats van in het hotel, of nemen een broodje mee naar de kade. In buurten buiten het centrum, zoals Oud-West en Oost, leidt dit tot meer loop en kleinere bonnen.
Hotels blijven aantrekkelijk door de centrale ligging, maar de prijs bepaalt vaker de keuze. Betalers vergelijken intensief en boeken korter. Ook dagjesmensen uit de regio beperken betaalde attracties en zoeken gratis routes.
Horeca in centrum voelt dip
Rond Damrak, Leidseplein en Rembrandtplein bestellen bezoekers vaker één drankje of kiezen ze voor een snel hapje. Ondernemers in Stadsdeel Centrum spelen daarop in met dagmenu’s, kleinere porties en vaste-prijsdeals. De omzet per tafel blijft daarmee stabieler, maar ligt lager dan in eerdere jaren met topdrukte.
In De Pijp en de Jordaan verschuift de piek naar de middag. Terrassen draaien door, maar zonder de duurdere extra’s. Avondverkoop lijdt bovendien onder eerdere sluitingstijden in de uitgaansstraten van de binnenstad, die zijn ingevoerd om overlast te verminderen.
Verschillende horecabedrijven kiezen voor samenwerking met buurtcultuur en evenementen. Een café aan de Nieuwezijds Voorburgwal koppelt bijvoorbeeld een simpele lunch aan een buurtwandeling. Zo blijft de besteding toegankelijk, terwijl de gast langer in de buurt blijft.
Musea zoeken betaalbare opties
Grote musea op en rond het Museumplein, zoals het Rijksmuseum en het Stedelijk, merken dat bezoekers kritischer kiezen. Veel instellingen zetten daarom sterker in op gratis inleidingen, avondopenstellingen of korte routes. Kinderen en jongeren kunnen vaak met korting of gratis naar binnen, wat gezinnen helpt.
Amsterdam&partners, de stadspromotor, wijst bezoekers op de I amsterdam City Card en op spreiding naar Noord en Zuidoost. Wie meerdere musea wil zien, bespaart met combinatietickets of een Museumkaart. Kleinere podia en galeries in Noord en Oost bieden bovendien betaalbare of gratis exposities.
Buitenprogramma’s trekken ook meer publiek. Denk aan openluchtkunst in Zuid of kleinschalige buurtfestivals in Nieuw-West. Dat verlaagt de drempel voor cultuur, maar vraagt extra inzet voor schoon en veilig gebruik van de openbare ruimte.
Gemeente verhoogt toeristenbelasting
De gemeente Amsterdam verhoogde in 2024 de toeristenbelasting, een extra heffing op een overnachting. Daarmee wil het stadsbestuur zowel voorzieningen bekostigen als sturen op “minder, maar waardevoller” bezoek. Amsterdam heeft op het moment van schrijven de hoogste toeristenbelasting van Europa.
“Amsterdam heeft momenteel de hoogste toeristenbelasting van Europa.”
Wethouder Sofyan Mbarki (Economische Zaken en Toerisme, op het moment van schrijven) koppelt dit aan maatregelen tegen overlast in Stadsdeel Centrum. Zo gelden er strengere sluitingstijden, en is er meer handhaving op geluid en openbare orde. Het doel: ruimte voor bewoners, en bezoekers die zich aanpassen aan de stad.
De gemeente en stadsdelen zetten tegelijk in op spreiding. Via campagnes en routekaarten worden buurten als Noord (NDSM) en Zuidoost (Bijlmer Centrum) beter vindbaar gemaakt. Dat verlicht druk in de smalle straten van de binnenstad en verkleint pieken rond het Anne Frank Huis en de Wallen.
Duurzaam vervoer in de stad
Bezoekers kiezen vaker voor lopen en fietsen, simpelweg omdat dat goedkoop en snel is. Wandelen langs de grachten, naar het Westerdok of door de Plantagebuurt kost niets. Ook de gratis veren over het IJ bij Amsterdam Centraal maken Noord bereikbaar zonder extra kosten.
GVB merkt dat korte ritten vaker worden gelopen of gefietst, terwijl langere verplaatsingen met tram en metro blijven. Toegankelijke opties, zoals dagkaarten of een deelfiets in Zuid of Oost, verlagen de reiskosten. Dat helpt ook bij spreiding: minder drukte in de tram naar het centrum, meer bezoek aan buurten buiten de Grachtengordel.
De verschuiving naar goedkope en schone mobiliteit past in het beleid van het college van B en W. De stad wil ruimte voor voetgangers en fietsers, en minder druk verkeer in smalle straten. Voor bewoners betekent dit minder hinder, maar ook meer vraag naar bankjes, afvalbakken en duidelijke looproutes.

